Wat de staat van reinheid ongeldig maakt

Hits: 0

Hij zei: Alles dat uitgestort wordt via de genitale of anale organen, of het uitstorten van ontlasting of urine uit iets anders dan de (normale) afvoerkanalen, maakt de staat van reinheid ongeldig; evenzo geldt dat voor het verlies van het bewustzijn[1] tenzij het als gevolg is van een korte slaap in de zittende en de staande houdingen. Ook afvalligheid van de Islam, het aanraken van het geslachtsdeel, overmatig kotsen, overmatig bloeden, de uitstorting van excessief veel wormen vanuit de wonden,[2] het eten van het vlees van een geslacht kameel,[3] het wassen van de doden,[4] en het opkomen van lusten als gevolg van contact tussen het mannen en het vrouwen lichaam.[5]
Wanneer hij er zeker van is reinheid verkregen te hebben maar onzeker is over het vervallen in de staat van onreinheid, of er zeker van is over het vervallen in een staat van onreinheid maar er onzeker van is over of reinheid verkregen is, dan wordt de (huidige) staat van hem vastgesteld in overeenstemming met de staat waarover hij of zij zeker van is ongeacht welke staat de uitkomst daarvan is.

_______________
[1] Ibn Qudamah vermeld dat er twee vormen zijn van het verliezen van het bewustzijn. 1.) Verlies van bewustzijn als gevolg van slaap, in dit geval legt al-Khiraqi uit dat een korte slaap geen invloed heeft op de staat van rituele reinheid. 2.) Het verlies van bewustzijn als gevolg van iets anders dan slaap zoals krankzinnigheid, flauwvallen, bedwelming of het gebruiken van drugs die voor het verlies van het bewustzijn zorgen enzovoort. In dit geval gaat de rituele reinheid absoluut verloren. Ibn Qudamah beweert dat er sprake is van unanieme overeenstemming over deze zaak. (Al-Mughni, deel 1, 128)
[2] Kennelijk is hetgeen wat de kleine wassing (woedoh) in de Hanbali school ongeldig maakt in termen van wat als veel gezien wordt niet gelimiteerd buiten hetgeen dat als excessief beschouwt wordt. Excessiviteit wordt volgens al-Khallal (s.311H / 923-4 n. Chr.) door het oordeel van de verantwoordelijke vastgesteld. Volgens ibn ʿAqil (s.513H / 1119-20 n. Chr.), een andere Hanbali geleerde, wordt de vaststelling gemaakt door mensen uit de middenklasse. (Al-Mughni, deel 1, pag. 137)
[3] Volgens een overlevering van ibn Hanbal, geldt dit geval voor degene die bewust is van wat er gegeten wordt, en niet voor wie er geen weet van heeft. Al-Khallal bevestigt dat dit de laatste stellingname is die ibn Hanbal genomen heeft met betrekking tot dit onderwerp. (Al-Mughni, deel 1, pag. 138)
[4] Er is verschil van mening in de school over of dat woedoh wel of niet verricht moet worden na het wassen van de doden. De meeste Hanbali geleerden stellen dat het verplicht is dat te doen nadat de dode gewassen is. Volgens ibn Qudamah is dit het geval omdat in de meeste gevallen de dode moeilijk gewassen kan worden zonder zijn of haar geslachtsdelen te betasten. (Al-Mughni, deel 1, pag. 141)
[5] Dit is de meest geaccepteerde opinie van de school. Er zijn echter twee andere overleveringen van ibn Hanbal. Een overlevering wijst erop dat het aanraken van het andere geslacht de woedoh absoluut ongeldig maakt. Een andere overlevering duidt erop dat fysiek contact met het andere geslacht de woedoh van iemand absoluut niet ongeldig maakt. (Al-Mughni, deel 1, pag. 141-142)

 

<– Tahara: Het schoonmaken van de schaamdelen en de staat van onreinheid | Tahara: Wat de grote wassing (Ghusl) vereist –>

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Resize text-+=