Wat het gebed teniet doet indien iets opzettelijk/vergeetachtig niet gedaan wordt

Hits: 0

(Bron: Mukhtasar al-Khiraqi رحمه الله)

De smeekbeden behoren in het Arabisch uitgesproken te worden wanneer de salaah (verplicht en vrijwillig gebed) verricht wordt.


Hij zei: Wie de takbirat al-ihram[1] of de recitatie van al-Hamd na laat, en hij Imaam is of alleen bidt, of wanneer de roekoeʿ wordt nagelaten of het rechtop staan na de roekoeʿ, of wanneer de nederwerping wordt nagelaten, of het rechtop zitten na de nederwerping, of de laatste teshehoed of het uitspreken van de tesliem (aan het eind van het gebed), dan is het gebed ongeldig, ongeacht of dat het met opzet of uit vergeetachtigheid is nagelaten.

 

Wie één van de takbirs anders dan de takbirat al-ihram niet verricht, of het uitspreken van tasbih[2] in de roekoeʿ of in de soedjoed, of de uitspraak “Allah hoort degene die Hem prijst”, of de uitspraak: “Onze Heer, alle lof en dank behoort toe aan U”, of: “Mijn Heer, vergeef mij. Mijn Heer, vergeef mij”,[3] of het uitspreken van de eerste teshehoed, of het smeken van de salaat (van Allah) over de Profeet صلى الله عليه و سلم in de laatste teshehoed met opzet, dan is het gebed ongeldig.[4] Echter, wie iets van het voorgenoemde uit vergeetachtigheid niet verricht, dan zijn de twee nederwerpingen van vergeetachtigheid vereist. [Indien de Imam het gezamenlijk gebed leidt, vergetende dat hij in een staat van seksuele onreinheid verkeerd, dan moet alleen de Imam zijn gebed herhalen.][5] Allah weet het beter.

 


[1] De takbirat al-ihram betekent letterlijk het uitspreken van de takbir in staat van rituele inwijding. Technisch verwijst het naar de openings-takbir dat aan het begin van het rituele gebed uitgesproken wordt. Het uitspreken van de takbir is een basiselement (roekn) van het gebed waarzonder het gebed niet als geldig beschouwd kan worden. (Al-Mughni wal sharh al-Kabir, deel 1, pag. 505)
[2] Tasbih betekent hier het uitspreken van de woorden: “Glorieus (vrij van ieder tekortkoming) is mijn Heer de Allerhoogste” in de roekoeʿ en de woorden: “Glorieus is mijn Heer de Almachtige” in de soedjoed.

[3] De uitspraak “Mijn Heer, vergeef mij” wordt slechts één keer genoemd in de versie van ibn Qudamah van de Mukhtasar. (Al-Mughni, deel 2, pag. 5)

[4] Al-Khiraqi hangt de zienswijze aan dat de aanroeping van de zegeningen van Allah over de Profeet صلى الله عليه و سلم in de laatste teshehoed verplicht is behalve wanneer het uit vergeetachtigheid wordt nagelaten, waarbij dan twee nederwerpingen van vergeetachtigheid vereist zijn. Aldus wordt het gebed ongeldig beschouwd wanneer het met opzet wordt nagelaten. Ibn Hanbal heeft twee andere overleveringen. Waarvan de meest authentieke erop wijst dat de aanroeping van de zegeningen van Allah over de Profeet een basiselement (roekn) van het gebed is en nog steeds vereist is wanneer het uit vergeetachtigheid wordt nagelaten. Abu Yaʿla en abu Hafs al-ʿUkbari hebben deze zienswijze. Het is ook de zienswijze die door al-Shafiʿi aangehangen wordt. Volgens de andere overlevering is de aanroeping van de zegeningen van Allah over de Profeet صلى الله عليه و سلم soena. Deze laatste zienswijze wordt door abu Bakr aangehangen. Het is ook de zienswijze van abu Hanifah en Malik. (Tabaqat, deel 2, pag. 81-82) (Al-Mughni, deel 2, pag. 5)

[5] (Al-Shawish Mukhtasar, pag. 29)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Resize text-+=