De Eigenschap van Allaah: Spotten

Hits: 0

Beantwoord door Shaykh Muhammad Naasir-al-Deen al-Albaani 1914-1999 | 1332H-1420H rahimahullah

Vraag: Wat zou er gezegd moeten worden over de Woorden van Allaah: ‘Allaah bespot hen?’ [Surat al-Baqarah:15] en ‘Allaah zal hun bespotting op hun doen terugkeren?’ [Surah At-Tawba:79], evenals wat daar gelijk aan is van de Mutashaabihaat (meerzijdige) verzen?

Antwoord: De Salaf (Voorgangers) waren betreffende deze ayaat alsook die (ayaat) er gelijk aan zijn, gewoon te zeggen: ‘Laat ze zoals ze staan weergegeven’. Maar zij bedoelden hier niet mee dat ze gelaten moesten worden zoals ze zijn weergegeven, zonder er enig begrip aan te verbinden. In plaats daarvan bedoelden zij dat ze gelaten moeten worden zoals ze verklaard zijn volgens hun juiste begrip, zonder vergelijkingen te maken met hen (tashbeeh), de soort te omschrijven (hoe het eruit ziet : takyeef), ze te misinterpreteren (verdraaien : ta’weel) en ze te ontkennen (ta’teel). Allah zegt:

‘Niets is aan Hem gelijk. Hij is de Alhorende, de Alziende’ [Surat al-Shoera:11].

In deze ayaah zien we tanzeeh (ontkenning van alle mensachtige eigenschappen voor Allaah) alsook ithbaaat (bevestiging) van twee Eigenschappen van Hemzelf, welke Horen en Zien zijn. Het begrip van deze verwijdering van alle gelijkenissen met Allaah (tanzeeh) is dat we (ook) de Eigenschappen van Allaah, waar Allaah Zichzelf mee heeft omschreven of waar de Boodschapper, salAllaahu ‘alayhi wa salam, Hem mee heeft omschreven – moeten bevestigen, op een wijze dat Zijn grootheid past, moge Hij Verheerlijkt en Verheven zijn. En we zeggen niet ‘hoe’ dat is, zoals door te zeggen: ‘Zijn “Horen” is net als onze “horen” en Zijn “Zien” is als onze “zien”‘.

Eveneens misinterpreteren we het (ta’weel) niet zoals gedaan is door sommige van de extremisten van onder de Mu’tazilah, waardoor zij hebben misgeïnterpreteerd dat het Horen en Zien van Allaah Zijn kennis is. En dit terwijl Allaah Zichzelf omschrijft met Kennis in vele andere ayaat van de Nobele Qor-aan!

Aldus is de misinterpretatie (ta’weel) van deze individuen van het Horen en Zien, welke zij aanmerken als kennis, de oorzaak voor ta’teel (ontkenning van de Eigenschappen van Allaah). De geleerden zeggen hierover: ‘Degene die ta’teel begaat, aanbid niets, terwijl degene die tajseem begaat een standbeeld aanbid’. [1]

Gebaseerd hierop zeggen we betreffende de twee vorig genoemde ayaat in de vraag, welke de bespotting door Allaah bevat, dat het een bespotting is die Allaah past. En het is niet hetgeen waar mensen met een beperkt intellect van waarnemen dat het is, wat gelijkenis toont met de schepping.
[Al-Asaalah, Uitgifte #3]

Voetnoot:

[1] Vertaler: Dit komt doordat degene die ta’teel begaat (mu’attil) alle Eigenschappen van Allaah ontkent, waardoor het is alsof hij niets aanbid. Aan de andere kant schrijft degene die tajseem begaat (mujassim) antropomorfistische kwaliteiten toe aan Allaah, zoals door te zeggen dat Zijn Ogen als die van ons zijn en dat Zijn Hand zoals onze handen zijn. Dit is alsof hij een beeld aanbid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Resize text-+=