Abu Ja’far Muhammad Bin Jarir Al-tabari

Hits: 0

Zijn vroege jaren

Abu Ja’far Muhammad bin Jarir al-Tabari was in Amul geboren wat de hoofdstad van Tabaristan was. Het was in de winter van 839 nC. dat al-Mu’tasim als Kalief regeerde in Bagdad. Tabari was over zijn geboortedatum niet zeker of dat het aan het einde van de hijrah jaar 224 was, of in het begin van 225. Tabari onderhield nauwe banden met zijn geboortestad gedurende zijn leven. Op een wat latere moment schreef hij een essay met daarin zijn religieuze principes en richtte het aan de mensen van Tabaristan. Hij vond dat foutieve doctrines zoals die gepropageerd werden door de Mu’tazilies en de Kharidjies zich daar aan het verspreidden waren. De invloed van de shi’a was ook sterk. Zijn uitgesproken weerstand middels de verdediging van de eerste twee Kaliefs, tegen de aanvallen van de shi’a, bezorde hem problemen in zijn geboortestad. Hij moest zijn stad haastig verlaten. De oude man die hem tijdig had gewaarschuwd werd ernstig mishandeld door de autoriteiten. Bewust van zijn schuld tegenover hem, liet Tabari hem naar Bagdad halen, waar hij hem gastvrij behandelde.

Zijn vader Jarir was een grondbezitter, hoewel hij niet rijk was. Voor zo lang als dat hij leefde voorzag hij zijn zoon van een inkomen en Tabari erfde het landgoed na zijn overlijden. De bescheiden financiële onafhankelijkheid die Tabari gedurende zijn leven genoot, maakte het voor hem mogelijk om als student te reizen. Een keer moest hij wat van zijn kleding verkopen. In Egypte lijdde hij en zijn vrienden honger totdat een lokale hoogwaardigheidsbekleder wonderbaarlijk als hun redding kwam en hen een grote som geld stuurde.

Al op vroege leeftijd vertoonde Tabari wijsheid, wat opmerkelijk was ondanks dat het niet ongebruikelijk was dat de ouders/leraren hun kinderen/studenten zorgvuldig wijsheid bijbrachten. Hij kende de Koran uit het hoofd op zijn zevende, begeleide het gebed op zijn op zijn achtste en schreef overleveringen van de profeet salAllaahu ‘alayhi wa sallam toen hij negen jaar was. Zijn vader had eens een droom over hem, waarin hij hem voor de profeet salAllaahu ‘alayhi wa sallam zag staan met een tas gevuld met stenen en waarbij hij wat van die stenen voor hem verspreidde. Een droom uitlegger vertelde zijn vader dat de droom betekende dat Tabari een goede Moslim zou zijn en een sterke verdediger van de shari’a. Als gevolg daarvan was zijn vader bereid zijn studies te ondersteunen toen hij nog een jonge jongen was.

Toen hij de puberteit bereikte moedigde zijn vader hem aan om het huis voor kennis te verlaten. In 236 na de Hidjra verliet hij op twaalf jarige leeftijd zijn huis. Tabari vervolgde zijn scholing in al-Rayy, wat in hedendaags Teheran ligt. Hij bleef daar bijna vijf jaar. Een van zijn vooraanstaande leraren in Rayy was ibn Humayd. Abu ‘Abdallah Muhammad bin Humayd al-Razi was in de zeventig op dat moment en hij kwam tien jaar later in 248 na de Hidjra om het leven. Een van zijn andere leraren in Rayy was al-Muthanna bin Ibrahim. Een andere wat onbekendere leraar was Ahmad bin Hammad al-Dawlabi, die een student van Sufyan bin ‘Uyaynah was geweest. Zijn isnad voor zijn werken over geschiedenis was ibn Humayd op gezag van Salamah bin al-Fadl op gezag van Muhammad bin Ishaq. Ibn Ishaq staat bekend als muddallis, wat betekent dat hij een defect in de isnad verborgen hield. Salamah was rechter in al-Rayy. Tabari studeerde de werken Mubtada’ en Maghazi van ibn Ishaq voor zijn basiskennis van geschiedenis. Later vervolgde hij zijn studie in Bagdad toen hij nog geen zeventien jaar oud was. De reden dat hij naar Bagdad ging was omdat hij bij Ahmad bin Hanbal wilde studeren, maar kort voor zijn aankomst kwam Ahmad bin Hanbal om het leven rahimahoellaah. Vervolgens ging hij naar de steden, gelegen in het zuiden van Bagdad, al-Basrah en al-Kufah, met inbegrip van Wasit dat op de route lag. Enkele van zijn leraren daar waren Humayd bin Mas’adah, Bishr bin Mu’adh al-Aqadi en Hannad bin al-Sari. Zijn leraren in al-Basrah waren onder andere Muhammad bin ‘Abd al-A’la al-San’ani, Muhammad bin Musa al-Harashi, abu al-Ash’ath Ahmad bin al-Miqdam en abu al-Jawza Ahmad bin ‘Uthman. Enkele andere van zijn leraren waren Isma’il bin Musa al-Fazari, Sulayman bin ‘Abd al-Rahman bin Hammad al-Talhi, Muhammad bin Bashshar en abu Kurayb Muhammad bin al-‘Ala.

Na minder dan twee jaar in het zuiden van Irak vertoefd te hebben keerde hij terug naar Bagdad rond 244 na de Hidjra. Pas acht jaar later ging hij op doorreis naar Syrië en Egypte. In de twintig was Tabari een erkende geleerde. Hij verliet Bagdad voor verdere studie in Syrië, Palestina en uiteindelijk in Egypte. In Beirut kreeg hij de kans om bij al-‘Abbas bin al-Walid bin Mazyad al-‘Udhri al-Bayruti te studeren. Tijdens zijn verblijf in Syrië, Egypte en Palestina heeft hij van vele leraren les gehad. Zijn grootste profijt die hij in Egypte gekregen had, was kennis van de Malik en al-Shafi’i madhab.

Vijftig jaar wetenschappelijk onderzoek in Bagdad

Voordat hij terug kwam naar Bagdad verrichtte hij de Hadj in Mekka. Zijn studententijd was afgelopen en de tijd was aangebroken dat hij zich volledig overgaf aan het onderwijzen en het publiceren. De grammaticus ‘Ali bin ‘Ubaydallah al-simsime zei tegen zijn student al-Khatib al-Baghdadi dat Tabari veertig jaar lang iedere dag veertig vellen vol schreef. Hij verbleef in oost-Bagdad in de wijk Shammasiyyah tot aan zijn dood op zesentachtig jarige leeftijd. Zijn huis bevond zich bij de Baradan brug aan de Khorasan weg. Zijn moskee bevond zich in Suq al-‘Atash bij de aangrenzende Mukharrim buurt. Hij gaf voornamelijk in deze moskee les.

Tabari is naar alle waarschijnlijkheid nooit getrouwd geweest en ging altijd door met het zoeken naar kennis tot aan zijn dood. Hij heeft nooit een functie aangenomen bij de overheid of als rechter, wat wel gebruikelijk zou zijn geweest. Tabari was donkerbruin getint en had grote ogen en een lange baard. Hij was welbespraakt en eloquent. De kleur van zijn haar en baard bleven zwart tot in zijn tachtig jaar. Hij was lang en tenger. Gedurende zijn laatste tien jaar werd hij ernstig ziek als gevolg van een borstvliesontsteking. Hij vermijdde het eten van vet en kookte met rozijnen. Hij at alleen wit brood omdat het van gezuiverde tarwebloem gemaakt was. Hij had de vaste overtuiging dat religieuze geleerdheid voorrang had boven politieke vooraanstaandheid.

De geleerde

Van jongs af aan zei Tabari al dat hij een Koran uitleg wilde schrijven. De publicatie van zijn voornaamste rechterlijke werken kwamen als eerst en eindigde nooit, gevolgd door zijn commentaar op de Koran en uiteindelijk de geschiedenis. Zijn hoofdzakelijke focus was jurisprudentie. Hij specialiseerde zich in drie vakgebieden, in rechtsgeleerdheid, Koran wetenschappen en geschiedenis. Een begrip van de Hadith was de basis in alle drie de onderdelen. Zijn bijdrage aan deze vakken was gigantisch. Vanuit zijn Tafsir kon er duidelijk opgemaakt worden dat hij sterk was in grammatica en lexicografie. Hij had ook uitmuntendheid op andere gebieden van de filologie. Zijn interesse in buitenlandse talen is ook noemenswaardig. Hij kende van nature Perzisch. Hij heeft poëzie gestudeerd bij de grote filoloog Tha’lab. Soms maakte hij gebruik van de gelegenheid om enige interesse in innovaties weg te schaven middels poëzie. Al-Qifti beschreef zijn poëzie als boven de poëzie van de geleerden.

Tabari was zeer geïnteresseerd in medicijnen. Zijn medische bijbel was het boek Firdaws al-Hikmah wat een encyclopedie was dat geschreven was door ‘Ali bin Rabban. Rabban was een Christen die later Moslim werd onder het bewind van al-Mutawakkil. Soms gaf Tabari ook medisch advies aan zijn vrienden en studenten.

Een ander opmerkelijk aspect in zijn werken is dat hij constant onafhankelijk oordeelt, wat ook wel ijtihad genoemd wordt. Na de bronnen geciteerd te hebben en de zienswijzen die daarbij horen, laat hij zien wat volgens hem de meest acceptabele zienswijze is. Dit komt meer voor in zijn Tafsir dan in zijn Geschiedenis. Zijn eigen zienswijzen worden continu geïntroduceerd met “abu Ja’far zegt”. Hij was onverzoenlijk tegenover bid’a, in zo’n mate dat toen zijn dood nabij was ibn Kamil hem vroeg om zijn vijanden te vergeven, waarop hij antwoordde ze allemaal te vergeven behalve één individu die hem beschuldigd had van innovatie.

Zijn dood

Tabari overleed op Maandag, Shawwal 27, 310 na de Hidjra, 17-02-923. Hij werd de volgende morgen in zijn huis begraven. De mensen baden enige tijd dag en nacht bij zijn graf. In zijn laatste uren werd hem een nieuwe du’a verteld waarop hij om inkt en papier vroeg om het op te schrijven. Op de vraag waarom hij dat deed in zijn benarde situatie, antwoordde hij: “Iedereen zou iedere mogelijkheid moeten aangrijpen om nieuwe kennis te vergaren, totdat hij dood is.” Op de maandag dat hij overleed, zei al-Farghani, dat hij om water vroeg om de wassing te verrichten voor het middag gebed, toen hem vanwege zijn benarde situatie werd aangeraden om het middag en namiddag gebed samen te voegen, weigerde hij dat.

Zijn werken

De grote werken van Tabari werden in het begin in colleges opgelezen. Hij werkte er aan op verschillende momenten gedurende zijn leven. Hij had ook werken die hij niet af had gekregen. De titels van zijn werken zijn als volgt;

Wetgeving

* Adab al-manasik – De juiste manier van het verrichten van de hadj.
* Al-Adar fi al-usul – De grondbeginselen.
* Basit al-qawl fi ahkam shara’i al-Islam – Een papieren en eenvoudige uiteenzetting van de wetten van de Islam.
* Ikhtilaf ‘ulama al-amsar fi ahkam shara’i al-Islam – De onenigheden van de geleerden met betrekking tot de wetten van de Islam.
* Al-Khafif fi ahkam shara’i al-Islam – Het lichte werk over de wetten van de Islam.
* Al-Latif fi ahkam shara’i al-Islam – Het subtiele werk over de wetten van de Islam.
* Al-Mujaz fi al-usul – De beknopte verhandeling over de rechtsgeldige principes.
* Radd ‘ala ibn ‘Abd al-Hakam – Een antwoord als weerlegging op ‘Abd al-Hakam.

Koran

* Fasl fi al-qira’at – De verschillende recitaties van de Koran.
* Jami’ al-bayan – Complete Tafsir van de Koran.

Hadith

* ‘Ibarat al-Ru’ya – Droom interpretatie.
* Zie ook Fada’il
* Tahdhib al-athar wa tafsil ma’ani al-thabit ‘an Rasul Allah min al-akhbar – Een verbeterde verhandeling en gedetailleerde discussie over de overleveringen die terug gevoerd worden tot op de Boodschapper van Allah.

Muhamadiyah

* Al-Dalalah ‘ala nubuwwat – Bewijzen van de profeetschap.
* Fada’il – De deugden, van opmerkelijke resultaten en uitspraken.
* Radd ‘ala dhi al-asfar – Een antwoord als weerlegging.
* Sarih al-sunnah – De essentie van het moslimgeloof.
* Tabsir uli al-nuha wa-ma’alim al-huda – Een instructie voor de intelligente en aanwijzingen voor rechte leiding.

Ethiek

* Adab al-nufus – De juiste manier van spiritueel gedrag.
* Zie ook Fada’il en Mujaz

Geschiedenis

* Dhayl al-Mudhayyal – De appendix, met historische informatie over geleerden.
* Al-Tarikh – De geschiedenis.

De werken die incompleet waren na zijn overlijden, zijn:

* Adab al-nufus
* Basit
* Fada-il
* Mujaz
* Radd ‘ala dhi al-asfar
* Tahdhib

Referenties

* The History of al-Tabari, vol. 1, General Introduction and From the Creation to the Flood
* Ibn Asakir
* Irshad
* Nubula, Dhahabi

http://web.archive.org/web/20071214185942/http://selefieforum.nl/vb/showthread.php/abu_ja_39_far_muhammad_bin_jarir_al_tabari-1903.html

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Resize text-+=