Aspecten uit de Tijd van Onwetendheid (selectie)

Hits: 0

Introductie
Het betreffende onderwerp van deze les is van groot belang, daar de aspecten uit de Tijd van Onwetendheid nog steeds niet gestopt zijn in hun belijdenis ervan tot op de dag van vandaag. De mensen die oproepen naar deze dwalende overtuigingen en handelingen uit de Tijd van Onwetendheid zijn er in grote getale, zoals de vernieuwers en de mensen van begeerten.

Het woord Masaa’il hier verwijst naar de verschillende aspecten die gepraktiseerd werden door de mensen uit de tijd van onwetendheid, dit gaat van geloof, daden, uitspraken tot handelingen ideologieën en gebruiken. Het woord Al-Jaahiliyyah (Tijd van Onwetendheid) is een aanduiding voor de periode voor de komst van de Islaam. Het komt van het woord al-jahl, wat onwetend betekent. Aangezien de aspecten waar deze mensen uit de pre-islamitische tijd zich aan hielden zich niet baseerden op een bron van leiding of ze moesten van voorgaande openbaringen zijn die afgeweken en bewerkt zijn. Daarom schreef Allaah deze benaming toe aan dit moment, vanwege de ondankbaarheid waar deze mensen zich vanuit hun overtuigingen, handelingen en methodologie, mee bezig hielden. En Hij benoemde het niet één keer in Zijn Glorieuze Boek, behalve op het punt dat Hij het veroordeelde en verwierp, zoals die evident staat aan de volgende 4 ayaat, welke de enige keren zijn dat het woord Al-Jaahiliyyah weer wordt gegeven in de Nobele Qor-aan:

Maar een andere groep dacht in hun zelfzucht op een onterechte manier over Allaah zoals men in al-Jaahiliyyah (de Tijd van Onwetendheid) dacht… Soerat aal-‘Imraan [3:154]

 

Is het de rechtspraktijk uit al-Jaahiliyyah (de Tijd van Onwetendheid) die zij nastreven? Wie heeft een betere rechtspraktijk dan Allaah voor de mensen die overtuigd zijn? Soerat al-Maa’idah [5:50]

 

En blijft in jullie huizen en vertoont jullie niet in alle openheid zoals vroeger in al-Jaahiliyyah (de Tijd van Onwetendheid). Soerat al-Ahzaab [33:33]

 

Toen zij die ongelovig zijn de trots en hoogmoed – de trots en hoogmoed van al-Jaahiliyyah (de Tijd van Onwetendheid) – Soerat al-Fath [48:26]

 

De tijd en omgeving waarnaar de boodschapper van Allaah vrede en zegeningen zij met hem naartoe was gestuurd; was een tijd van onwetendheid. Het was een tijd waarin de mensen van het Arabische schiereiland standbeelden en afgodsbeelden aanbaden, zich overgevend aan zieke mensen, die hun pas geboren dochters levend begroeven, waarin stammen jaren lang elkaar om hun vetes bevochten, en slaveneigenaren hun slaven zwaar mishandelden. Dit was het moment waarbij leiding niet aanwezig was, en zij die de boeken, ooit geopenbaard door Allaah, hadden veranderd om zo een klein deeltje van dit wereldse leven te verkrijgen. Niettemin waren de mensen niet op de hoogte van het onderscheid tussen waarheid en onwaarheid, hierdoor ontwikkelden ze vele handelingen en mengden talloze overtuigingen waarvoor Allaah geen toestemming heeft gegeven. Deze manieren en overtuigingen waren de uitdagers waar de profeet vrede en zegeningen zij met hem mee te maken kreeg, toen hij met de leiding en de Godsdienst der waarheid kwam. Hierop gaf Allaah het bevel aan Zijn boodschapper weerstand en oppositie te voeren jegens de ongelovigen, tegen datgene waarin zij geloofden en deden, behalve hetgeen Hij toestond te laten voortduren.

[Knip]
—————————————————————-
[Knip]

Dit zijn de aspecten (gebruiken) die de mensen van de Tijd van Onwetendheid – zowel de mensen van het Boek als de anderen – zich aan hielden, waar de boodschapper van Allaah vrede en zegeningen zij met hem weerstand tegen bood. Ze zijn van zaken waar iedere Moesliem kennis van behoort te bezitten. Daar wanneer er sprake is van (het begrip van) één kant van het tegengestelde, het positieve van de andere kant die daar weer tegengesteld aan is, duidelijk gemaakt kan worden. Door middel van het tegenovergestelde van iets, worden de belangen die ertoe doen zichtbaar.

 

De belangrijkste aspecten (uit de Tijd van Onwetendheid) en meest gevaarlijke in termen van gevaar is de afwezigheid van geloof (Imaan) in het hart, waar de boodschapper van Allaah vrede en zegeningen zij met hem mee gekomen is. En wanneer goedkeuring voor hetgeen waar de mensen uit de Tijd van Onwetendheid zich mee bezig hielden hieraan wordt (afwezigheid van geloof) toegevoegd, dan is er totale vernietiging bereikt, want Allaah zegt:

 

En zij die in het onware geloven en aan Allaah geen geloof hechten, zij zijn het die de verliezers zijn. Soerat al-‘Ankaboet [29:52]

 

[1] Zij verrichten hun aanbidding door oprechte mensen in hun smeekbeden te mixen met de aanbidding van Allaah. Zij deden dit slechts met het verlangen dat deze (oprechte mensen) als bemiddelaars van nut zullen zijn tegenover Allaah, gebaseerd op hun idee dat Allaah hiervan houd en dat deze oprechte mensen van Hem hielden. Allaah zegt: En zij dienen (aanbidden) in plaats van Allaah wat hen niet schaadt en niet van nut is en zij zeggen: Dezen zijn onze bemiddelaars bij Allaah. Soerat Joenes [10:18]

 

En Hij zegt: Zij die zich (anderen) in plaats van Hem (als) beschermers nemen (zeggen): Wij dienen (aanbidden) hen slechts opdat zij ons nader tot Allaah brengen. Soerat az-Zoemar [39:3]

 

Dit is het grootste punt waarin de boodschapper van Allaah hen tegen stond. Daarop bracht hij oprechtheid (het doen van daden in oprechtheid voor Allaah alleen en voor niemand anders) en informeerde dat het de Godsdienst van Allaah is, waar alle boodschappers mee zijn gezonden. En hij informeerde ons dat de handelingen niet worden geaccepteerd (door Allaah), behalve die (daden) oprecht (voor Hem alleen) verricht zijn. En hij vrede en zegeningen zij met hem informeerde dat wie er ook goed keurt wat zij (polytheïsten) goed keurden, Allaah dan het Paradijs voor hen verboden heeft en dat zijn laatste bestemming in het Hellevuur zal zijn.

 

Het is vanwege dit aspect dat de mensheid verdeeld wordt in Moeslimien en ongelovigen. En het is vanwege dit dat vijandigheid de kop op steekt. Om deze reden was Jihaad wettig verklaard, zoals Allaah zegt: Strijdt tegen hen tot er geen fitnah meer is, en de gehele Godsdienst alleen Allaah toebehoort. En als zij dan ophouden doorziet Allaah wel wat zij doen. Soerat al-Anfaal [8:39]

 

[2] Zij deelden zich in de Godsdienst op tot sekten. Allaah zegt: en behoort niet tot de veelgodendienaars (polytheïsten) – tot hen die hun Godsdienst opsplitsten en tot sekten zijn geworden; Elke sekte verheugt zich over wat zij hebben. Soerat ar-Roem [30:31-32]

 

Zij delen zich ook op in groepen als het gaat om hun wereldse kwesties, en zij zagen dat als iets dat juist is om te doen. Daarom schrijft Allaah eenheid en eensgezindheid in de Godsdienst voor, zeggende:

 

Hij verordineert voor jullie van de (zelfde) Godsdienst wat Hij aan Noeh (Noach) had opgedragen en wat wij aan jou geopenbaard hebben en wat Wij aan Ibrahiem (Abraham), Moesa (Mozes) en ‘Isa (Jezus) hadden opgedragen (zeggende): Houdt de Godsdienst in stand en splitst jullie daarin niet op in groepen. Soerat as-Shoeraa [42:13]

 

En Hij zegt: Waarlijk, zij die hun Godsdienst opsplitsen en tot sekten zijn geworden, met hen heb jij niets gemeen. Soerat al-An’aam [6:159]

 

Hij heeft ons verboden om hetzelfde te zijn als hen, zeggende:

Weest niet zoals zij die zich in groepen opsplitsten en van mening verschilden, nadat de duidelijke bewijzen tot hen waren gekomen. Soerat aal-‘Imraan [3:105]

 

En Hij heeft ons de opsplitsing tot sekten in de Godsdienst verboden:

En houdt samen (stevig) vast aan het touw van Allaah, en weest niet onderverdeeld. [3:103]

 

[3] Zij zagen de handelingen van verzet tegen de gezaghebbende en het niet tot een overeenkomst komen met hem als iets deugdzaams. En zij zagen de handelingen van het luisteren en gehoorzamen als iets dat vernederend en verlagend is. Hier voerde de boodschapper van Allaah vrede en zegeningen zij met hem oppositie tegen en beval dat geduld opgebracht moest worden wanneer er onderdrukking van de leider wordt ondergaan. En hij beval naar hen te luisteren en te gehoorzamen2, en (hen) te adviseren. Hij vrede en zegeningen zij met hem sprak hier uitgebreid over, bracht het constant naar voren en herhaalde het.

 

Deze drie aspecten zijn samengevoegd in navolging van wat de profeet vrede en zegeningen zij met hem heeft nagelaten, uit de twee Saheehs, dat hij gezegd heeft:

 

Waarlijk, Allaah is met drie dingen tevreden voor je: 1. Dat je niet(s) aanbid behalve Allaah en dat je niets aan Hem gelijk stelt, 2. Dat jullie samen, allemaal, stevig aan het Touw van Allaah vasthouden en niet verdeeld raken in groepen, en 3. Dat jullie wederzijds advies geven aan diegene aan wie Allaah autoriteit over jullie zaken heeft gegeven.3

Er zijn geen enkele gebreken ontstaan in de godsdienstige en wereldse zaken van de mensheid, behalve wanneer deze drie aspecten geschonden werden, of één daarvan.

 

[4] Hun godsdienst fundeerde zich op bepaalde principes, waarvan de grootste Taqlied (blindelings opvolgen) was. Dit was het grootste principe van alle ongelovigen – de eersten en de laatsten van hen – zoals Allaah zegt:

 

En zo hebben wij voor jouw tijd (Yaa Muhammad) geen waarschuwer naar een stad gezonden zonder dat haar inwoners die een luxe leven leidden zeiden: Wij hebben gemerkt dat onze vaderen tot een (geloofs-) gemeenschap behoorden en in hun spoor gaan wij verder. Soerat az-Zukhroef [43:23]

 

En Hij zegt: En als tot hen gezegd wordt: Volgt wat Allaah heeft neergezonden op, zeggen zij: Welnee, wij volgen dat na, waarvan wij merken dat onze vaderen zich eraan hielden. Ook dan soms, als de Satans hen tot de bestraffing van de vuurgloed oproepen? Soerat Loeqmaan [31:21]

 

Dus openbaarde Hij deze ayah: Zeg: Ik roep jullie tot slechts één ding op – dat jullie je getweeën en afzonderlijk voor Allaah opstellen en dan nadenken (over het leven van de profeet). In jullie medeburger (Muhammad) is geen bezetenheid? Soerat as-Saba’ [34:46]

 

En Zijn ayah: (Zeg tegen de ongelovigen): Volgt wat van jullie Heer naar jullie is neergezonden en volgt in plaats van Hem geen andere beschermers; Hoe weinig laten jullie je vermanen!? Soerat al-A’raaf [7:3]

 

[5] Tot hun grootste principes behoorde de misleiding van de (opvolging van de) meerderheid, dat als bewijs gebruikend tegen de juistheid van een affaire.4 Ook gebruikten zij om de onterechtheid van iets aan te tonen, het feit dat het vreemd was en dat haar aanhang gering was. Dus schreef Allaah het tegengestelde hieraan voor en Hij verklaart dit op vele plaatsen in de Qor-aan.

Voetnoten:

2 – De boodschapper van Allaah vrede en zegeningen zij met hem heeft gezegd: Horen (luisteren) en gehoorzamen is (verplicht) voor de Moesliem, zowel waar hij van houdt als wat hij haat, zo lang hij niet beveelt wordt met ongehoorzaamheid (aan Allaah). Dus als hij bevolen wordt met ongehoorzaamheid (aan Allaah), dan is er geen horen (luisteren) en gehoorzamen. Saheeh al-Boekhaarie: Boek der Wetten (no. 7144) en Saheeh Moesliem: Boek der Leiderschap (no. 1839) uit de h’adieth van ibn ‘Oemar ﻡﻬﻧﻋ ﷲ ﻲﻀﺮ.

3 – Saheeh Moesliem (no. 1715) en Saheeh al-Boekhaarie (3/270)

4 – Zij vonden dat hoe meer aanhang een ideologie of een slechte gebruik had, hoe groter de juistheid ervan was. Dus wanneer zij zagen dat het aantal volgelingen van de waarheid laag was en de volgelingen van bedrog hoog, verkozen zij het bedrog boven de waarheid. Allaah verwerpt dit op vele plaatsen in de Qor-aan, de minderheid aanmoedigend en de meerderheid veroordelend, zoals Hij zegt: Weinig van Mijn dienaren zijn dankbaar. Soerat Saba’ [34:13]

[Knip]
—————————————————————-
[Knip]

[25] Zij hielden voet bij stuk dat de waarheid vals is, gebaseerd op hun argument dat de zwakke en arme mensen hun voorgingen in het accepteren ervan. Dit volgens wat Hij zegt: Zij die ongelovig zijn zeggen tegen hen die geloven: Als het iets goeds was hadden zij het niet eerder dan wij gekregen. Soerat al-Ahqaaf [46:11]

 

[26] Zij tahreef (verdraaiden) het Boek van Allaah na het te hebben begrepen opzettelijk.17

 

[27] Zij realiseerden leugenachtige boeken en schreven ze toe aan Allaah, zoals we kunnen lezen in Zijn ayah: Wee hen die het boek eigenhandig schrijven en dan zeggen: Dit komt van Allaah. Soerat al-Baqarah [2:79]

 

[28] Zij accepteerden niets van de waarheid, behalve dat wat overeen kwam met hun partij/groep. Allaah zegt: En als er tot hen (Joden) gezegd wordt: Gelooft in wat Allaah heeft neergezonden. Zeggen zij: Wij geloven (alleen) in wat tot ons is neergezonden. En zij geloven niet in wat erna gekomen is, terwijl dat juist de waarheid is, ter bevestiging van wat zij hebben. Soerat al-Baqarah [2:91]

 

[29] Maar zelfs ondanks dit hadden zij niet eens kennis genomen, van waar de partij/groep in gelooft, zoals Allaah die verduidelijkt met Zijn ayah: Waarom hebben jullie dan de profeten van Allaah gedood, als jullie gelovig zijn? Soerat al-Baqarah [2:91]

 

[30] Het behoort tot de wonderbaarlijke tekenen van Allaah dat wanneer deze mensen afstand deden van de opdracht van Allaah om een eenheid te vormen, en begonnen te doen wat Allaah van het kwade had verboden, waardoor het volgende het geval was: Iedere groep verheugt zich op wat zij hebben.

Voetnoot:

17 – Allaah zegt: En onder hen is er een groep die hun tongen verdraaien bij (het voorlezen van) het boek, zodat jullie zullen denken dat het uit het boek is, terwijl het niet uit het boek is. En zij zeggen: Het komt van Allaah. Terwijl het niet van Allaah komt. Soerat aal-‘Imraan [3:78]

[Knip]
—————————————————————-
[Knip]

[40] Zij ondergingen ta’teel (ontkenning van de Namen en Eigenschappen van Allaah), zoals we vinden in het argument van de mensen van de Faraa-o.25

 

[41] Zij schreven tekorten toe aan Allaah, zoals (het hebben van) een kind, afhankelijkheid en vermoeidheid, terwijl zij sommige van deze tekortkomingen bij hun religieuze leiders verwijderen (ontkennen).26

 

[42] Zij bezigden shirk in de Almacht (Mulk) van Allaah, zoals gevonden kan worden in de overtuigingen van de Majoos.27

 

[43] Zij verwierpen al-Qadar (Voorbestemming).28

 

[44] Zij misbruikten al-Qadar als excuus tegenover Allaah.

 

[45] Zij kwamen in opstand tegen de Wetgeving van Allaah door Zijn Goddelijke Voorbeschikking (als een smoes).

 

Voetnoten:

25 – Ook bij de opzet van het bestand van Hubaidiyah toen de profeet vrede en zegeningen zij met hem tegen ‘Aliy zei om Bismillaah-ir-Rahmaan-ir-Rahiem te schrijven. Waartegen de ongelovigen in opstand kwamen en hem vertelden om alleen ‘Bismillaah’ te schrijven en dat zij niet weten wie ar-Rahmaan en ar-Rahiem was. Dit is ook een voorbeeld van hun ta’teel, of ontkenning van de Namen en Eigenschappen die Allaah Zichzelf heeft toegekend.

26 – Een tekortkoming die de ongelovigen toeschreven aan Allaah was dat Hij een kind zou hebben, zoals gezien kan worden in wat de Joden beweren; over dat Zijn zoon Uzayr was en de Christenen; dat Zijn zoon Jezus was. Zelfs de polytheïsten (mushrikien) beweerden dat de engelen de dochters van Allaah waren! Een andere tekortkoming was hun bewering dat Allaah vermoeid raakt en rustte na de schepping van hemelen en de aarde. Maar Allaah raakt niet vermoeid, daar Hij deze beweringen verwerpt in de ayah: Wij hebben de hemelen en de aarde en wat er tussen beide is in zes dagen geschapen en Wij zijn niet door uitputting overvallen. Soerat Qaaf [50:38] En in de volgende ayah geeft Allaah een voorbeeld van hoe de Joden Hem gierigheid toeschreven: En de Joden zeggen: De hand van Allaah is gebonden. Hun handen zijn gebonden en zij worden vervloekt om wat zij zeggen! Soerat al-Maa’idah [5:64] Allaah heeft dus de meest volmaakte Namen en Eigenschappen en Hij is ver verwijderd van al hetgeen de ongelovigen valselijk aan Hem toeschrijven zonder bewijs.

27 – De Majoos geloofden dat ‘donker’ en ‘licht’ twee goden waren, daarentegen zijn dat twee scheppingen van de Almacht van Allaah (Mulk), aangezien Hij Degene is die de dag en de nacht bestuurd. Zij nemen dus de nacht en het licht als goden naast Allaah, dit is shirk m.b.t. de Mulk (Heerschappij) van Allaah.

28 – De profeet vrede en zegeningen zij met hem zei: Iedereen die zich op de wangen slaat, zijn kleren verscheurd en de gebruiken van Jaahiliyyah (Tijd van Onwetendheid) uitroept, behoort niet tot ons. (Sahieh al-Boekhaarie en Moesliem) Daar het tot de gebruiken uit de Tijd van Onwetendheid behoorde om al-Qadar te verwerpen, en aangezien de mensen tijdens de Tijd van Onwetendheid zich op de wangen sloegen en de kleren verscheurden wanneer het nieuws van tegenslag hen bereikte.

[Knip]
—————————————————————-
[Knip]

[50] Zij zeiden: ‘Allaah heeft niets tot een mens neergezonden’ Soerat al-An’aam [6:91]31

 

[51] Over de Qor-aan zeiden zij: Dit zijn slechts woorden van een mens. Soerat al-Muddatthir [74:25]

 

[52] Zij vielen de wijsheid van Allaah de Almachtige aan.

 

[53] Zij hadden verschillende agenda’s – beiden, verborgen en zichtbaar – om zo hetgeen waar de boodschappers mee kwamen af te stoten. Dit zien we in de ayah: Zij maakten plannen en Allaah maakte plannen, maar Allaah is de beste plannenmaker. Soerat aal-‘Imraan [3:54]

 

En Zijn ayah: Een groep van de mensen van het boek zegt: Gelooft aan de aanvang van de dag in wat op hen die geloven is neergezonden, maar weest aan het einde ervan ongelovig; zodat zij misschien zullen terugkeren. Soerat aal-‘Imraan [3:72]

 

[54] Zij kwamen overeen met de waarheid om een manier te vinden om het terug te drijven, zoals Allaah heeft aangetoond in de voorgaande ayah.

 

[55] Zij zijn fanatiek voor een bepaalde madh’ab (overtuiging, school), zoals te vinden is in Zijn ayah over wat zij zeggen: En gelooft slechts hen die jullie godsdienst volgen. Soerat aal-‘Imraan [3:73]

 

Voetnoot:

31 – Dit beweerden de Joden toen de boodschapper van Allaah vrede en zegeningen zij met hem naar hun toe kwam. Maar toch ging dat tegen hun eigen overtuiging in, omdat zij geloofden in de openbaring van Allaah aan Ibrahiem vrede en zegeningen zij met hem. Allaah verwierp dit met de ayah: Zij hebben Allaah niet op zijn juiste waarde geschat… Soerat al-An’aam [6:91] Het volgende punt staat in verband met deze, in dat wanneer de mensen uit de Tijd van Onwetendheid verwierpen dat Allaah iets aan de mensen heeft geopenbaard, dit zorgde ervoor dat wat de profeet naar hen toe bracht, alleen maar de woorden van een man waren.

[Knip]
—————————————————————-
[Knip]

[81] Zij namen de graven van oprechte mensen tot plaatsen van aanbidding (masaajid).37

 

[82] Zij namen de bezochte plaatsen van de profeten tot gebedsplaatsen, zoals verteld is op gezag van ‘Oemar.38

 

[83] Zij plaatsten lampen op de graven.

 

[84] Zij namen deze (begraafplaatsen) tot locaties ter viering van de vakanties.

 

[85] Zij maakten offers op de begraafplaatsen.

 

Voetnoten:

37 – ‘Aa’ishah Allaah’s welbehagen zij met haar, heeft overgeleverd dat de profeet vrede en zegeningen zij met hem tijdens de ziekte waaraan hij is gestorven heeft gezegd: Moge Allaah de Joden en de Christenen vervloeken, zij namen de graven van hun profeten tot masaajid (gebedsplaatsen). Overgeleverd door al-Boekhaarie (3/159), Moesliem (2/67) en Ahmad (6/80)

38 – In de periode van het kalifaat van ‘Oemar ibn al-Khattaab, begonnen de mensen hun gebeden te verrichten bij ‘Aqabah, een historische plek waar de metgezellen hun eed van trouw aan de profeet vrede en zegeningen zij met hem hadden afgelegd. Daarom besloot ‘Oemar om de boom om te hakken, omdat het geen voordeel bracht en om te voorkomen dat deze plek waar de profeet vrede en zegeningen zij met hem is geweest, tot een gebedsplaats verwordt. Saheeh al-Boekhaarie

[Knip]
—————————————————————-
[Knip]

[118] Zij maakten onderscheid tussen de boodschappers.50

 

[119] Zij bekritiseerden en daagden die dingen uit waar zij geen kennis van hadden.

 

[120] Zij beweerden de Salaf (oprechte voorgangers) te volgen, terwijl zij in feite openlijk dwars lagen en controversieel waren aan hen.

 

[121] Zij belemmerden iedereen die in Allaah gelooft van Zijn weg.

 

[122] Zij hielden van ongeloof en de ongelovigen.

 

[123] Zij waren gewoon te geloven in voortekenen. (Al-‘Iyyaafah)

 

[124] Zij tekenden lijnen op de grond om zo toekomstige gebeurtenissen te voorspellen. (At-Tarq)

 

Voetnoot:

50 – Dit betekent dat zij kozen wie zij mochten en verwierpen wie zij niet mochten, onderscheid makend tussen de profeten. Dit is ongeloof omdat geloof in de boodschappers inhoudt dat men in allemaal dient te geloven, zowel in hen die bij naam bekend zijn als zij die dat niet zijn. Allaah zegt: De gezant (Muhammad) gelooft in wat van zijn Heer vandaan naar hem is neergezonden en de gelovigen ook; allen geloven in Allaah, in Zijn engelen, in Zijn boeken en in Zijn gezanten. Wij maken geen enkel onderscheid tussen Zijn gezanten.

[Knip]
—————————————————————-
[Knip]

[128] Zij haten het dat twee dienaren (van Allaah) met elkaar trouwen.53

 

Voetnoot:

53 – Trouwen behoort tot de Soennah van de profeten, zoals Allaah zegt: Wij hebben al voor jouw tijd gezanten gezonden en Wij hebben hun echtgenotes en nageslacht gegeven. Soerat ar-Ra’ad [13:38]

 

En Allaah weet ‘t het best. Moge de vrede en zegeningen van Allaah op Muhammad, zijn familie en zijn discipelen (metgezellen) rusten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Resize text-+=