Ibn Rushd en zijn visie op de verhouding tussen (natuur)wetenschap en islamgeloof uit zijn boek Fasl al-Maqaal

Hits: 8

Op basis van het gelezen hebben van zijn Fasl al-Maqal (Het beslissend woord), in het Nederlands, zijn mij de volgende conclusies bijgebleven.

Wanneer er in de tijd van Ibn Rushd en dan aangaande de onderwerpen die Ibn Rushd aankaart, er over Filosofie gesproken wordt, dan is dit met name in de betekenis van natuurwetenschap. Ibn Rushd staat bekend als de brug die de inzichten van o.a. Aristoteles toegankelijk had gemaakt en had verrijkt en in harmonie had gebracht met Religie.

Wat tegenstanders van het in evenwicht brengen van wetenschap met religie welvallig in het oog springt is de volgende citaat die H.P.Pas aanhaalde:

Als de filosofische waarheid de geopenbaarde waarheid tegenspreekt, moet de geopenbaarde waarheid anders geïnterpreteerd worden.

Het is zaak om deze citaat goed te begrijpen. Het is in ieder geval foutief om naar aanleiding van dit gegeven, welke ik overigens niet als incorrect zie, te stellen dat de bronnen van de Islam, de Koran, de Hadith, de Ijmaa’ (consensus) en de Qiyaas (analogie) naast zich neer gelegd worden door Ibn Rushd. Deze citering is niet incorrect omdat ik hem herken uit zijn werk van Fasl al-Maqal, waarin uitgelegd wordt wat het belang is van een allegorische interpretatie naar aanleiding van de Filosofie (natuurwetenschap) wanneer de ogenschijnlijke betekenis uit de bronnen van de Islam daar niet mee in overeenstemming zijn. Hij geeft nader weer dat in zo’n geval de contradictie in feite niet aanwezig is, maar dat de bronnen met elkaar en de wetenschap in evenwicht gebracht dienen te worden aan de hand van een allegorische interpretatie. Hierbij geeft hij aan dat een dergelijke interpretatie nooit door leken gedaan mag worden en zelfs dat het nooit aan leken gepresenteerd mag worden, omdat dit gelijk zou staan aan ongeloof (kufr). Verder geeft hij (Ibn Rushd) onmiskenbaar aan dat de hoofdbronnen van de Islam, de Koran en de Hadith, geen fouten kunnen bevatten, maar dat het wel als een zuster gezien zou moeten worden van de Filosofie en dat de mensen die onterecht allegorische interpretatie verrichten op de bronnen van de Islam, de mensen naar ongeloof leiden en onrecht aan doen aan zowel de religieuze bronnen van de Islam als de Filosofie (natuurwetenschap).

In Fasl al-Maqal van Ibn Rushd, zegt hij dat de Moslims wetenschappelijke inzichten die door veel inspanning door andere gemeenschappen, dan de Moslimse, verkregen zijn met beiden handen dienen te worden opgepakt en te worden bestudeert op correctheid en dat wanneer er een fout tegengekomen wordt in deze (natuur)wetenschap, dan dient volgens Ibn Rushd er een excuus voor gezocht te worden. Dit door de wetenschappelijke bevindingen te toetsen aan het rechtsgeldig doen maken van wetenschappelijk bevindingen aan de hand van wetenschappelijke criteria. Hij zegt verder juist dat als het getoetst is aan de wetenschappelijke criteria, dat je dan kunt zoeken naar een overeenkomst in de bronnen van de Islam en dat indien er een ogenschijnlijke (Dhahir-interpretatie) tegenspraak opdoemt, dat men dan een allegorische interpretatie mag uitvoeren (op de bronnen van de Islam) indien aan de voorwaarden daarvoor wordt voldaan. Niet alles is namelijk voor allegorische interpretatie vatbaar. Verder zegt Ibn Rushd dat het bedrijven van wetenschap een plicht is en dat er dus hiernaar gestreefd dient te worden. Hij legt uit dat wetenschap zich op bewijsbare waarheden berust, wat zou betekenen dat het de zuster is van de waarheden uit de Islam en ze om die reden niet met elkaar in conflict kunnen zijn.

Hij geeft aan dat het erg veel scheelt wanneer het wiel niet opnieuw uitgevonden hoeft te worden en dat het niet uit maakt van welke (geloofs-) gemeenschap bepaalde wetenschappelijke kennis komt, daar het als de zuster van de religie gezien wordt vanwege de waarheid die er door onomstotelijke bewijzen aan empirische wetenschap ten grondslag ligt.

Met dit alles in het achterhoofd is het onjuist vast te stellen dat Ibn Rushd de rede boven de openbaring (Koran, Hadith) stelt. Dat is een misvatting, dan wel een vieze verdraaiing. Want hij geeft duidelijk aan dat de bronnen van de Islam op waarheid gebaseerd zijn. Wat hij wel zegt is dat de waarheid van de Islam, overeenkomt met de waarheid die door middel van wetenschap uitgevonden kan worden. Daarbij zegt hij ook dat door middel van die wetenschap, men meer over de Schepper te weten komt. Hij zegt dus eigenlijk, omdat het om twee waarheden gaat, de waarheid van de Islam en de waarheid van de wetenschap, dat deze twee niet in conflict met elkaar kunnen zijn. Hij noemt de Filosofie (wetenschap) dan ook de zuster van de Islamitische bronnen.

Hij (Ibn Rushd) zegt wel dat de bronnen van de Islam allegorisch geïnterpreteerd mogen worden wanneer ze in conflict zijn met de wetenschap, omdat het dan om een diepere betekenis zou gaan die verborgen is en niet tot uitdrukking komt in de ogenschijnlijke (Dhahir) betekenis. Maar hij stelt hier voorwaarden aan en zegt ook dat de normale massa die interpretaties niet te zien mogen krijgen en legt dit ook uit. In ieder geval, het komt erop neer dat Ibn Rushd zowel wetenschap als de bronnen van de Islam als waarheden ziet en omdat een waarheid nooit in conflict kan zijn met een andere waarheid, stelt hij geen van beide boven de andere – maar zegt hij dat in het geval er een conflict is met een Islamitische bron, dat het dan om een diepere betekenis zou gaan die niet in conflict is met de wetenschap.

Tot zover de verhelderingen ten aanzien van Ibn Rushd en zijn verdediging van het verenigen van filosofie (natuurwetenschap) met religie.


Over allegorische interpretatie zegt Ibn Rushd het volgende:

“‘Allegorische interpretatie’ betekent: het uitbreiden van de betekenis van iets wat gezegd wordt van de echte betekenis naar de overdrachtelijke betekenis, zonder dat daarbij genegeerd wordt wat de in het Arabisch gebruikelijke manieren zijn om iets overdrachtelijk aan te duiden. Dat kan bijvoorbeeld door iets aan te duiden met de naam van iets dat erop lijkt, of met de oorzaak ervan, of met iets wat er uit voortkomt of mee verwant is, en meer van zulke dingen die in overzichten van de verschillende soorten van overdrachtelijk taalgebruik worden opgesomd.

Als de rechtsgeleerde dit in allerlei juridische kwesties kan doen, met hoeveel meer recht kan iemand dat dan niet doen die zich bezighoudt met de wetenschap van de logische bewijsvoering? Want de rechtsgeleerde kan alleen redeneren op basis van eigen mening, terwijl degene die God kent kan redeneren op basis van absolute zekerheid. Wij kunnen met zekerheid stellen dat als logische bewijsvoering leidt tot een conclusie die in strijd is met de letterlijke betekenis van de heilige tekst, er altijd ruimte is voor allegorische interpretatie volgens de in het Arabisch gebruikelijke regels van allegorische tekstuitleg. Er is geen moslim die hieraan twijfelt en geen gelovige die daar aarzeling over voelt.” (Geloof en wetenschap in de Islam, pag. 39)

“We moeten dan alles wat met de feiten overeen stemt met vreugde en dankbaarheid van hen overnemen, en als iets niet klopt met de feiten moeten we daarop wijzen, ervoor waarschuwen en kijken of er een verontschuldiging voor valt aan te voeren.” (Geloof en wetenschap in de Islam, pag. 36)


Zelf ben ik geen voorstander van Kalam, wat zijdelings met deze topic te maken heeft, vandaar dat ik voor alle duidelijkheid een side-note wil maken over het verschil tussen Falsafa (Filosofie) en Kalam:

To a large extent, the difference between philosophy (falsafa) and kalam is merely a difference in subject matter: philosophers work with philosophical premisses while theologians (mutakallimun, zij die Kalam bezigen) apply themselves to religious texts.

Voor de mensen die geïnteresseerd zijn waarom ik geen voorstander van Kalam ben, raad ik deze website aan:

http://www.asharis.com/creed/

Ibn Rushd heeft zijn interesse in Falsafa wel doorgevoerd naar Kalam (of andersom), helaas. Dit betekent dat afgezien van het prachtige Fiqh werk dat hij als rechter heeft verricht en zeer geleerd in was, in zaken die de geloofsleer aangaan deze beste man sterk afgeraden wordt om te lezen. Zodat de eenvoudige, toegankelijke en duidelijke geloofsleer zoals hoe die door de eerste generaties moslims gepresenteerd werd, niet besmeurt raakt met diep doordachte ver van het bed afstaande ingewikkelde bedenksels.


“Treffen we dus bij de mensen van de oudere volken die voor ons leefden theorieën en studies aan over alles wat bestaat die voldoen aan de voorwaarden van juiste bewijsvoering, dan moeten we nauwkeurig bestuderen wat zij daarover zeggen en wat ze er in hun boeken over hebben vastgesteld. We moeten dan alles wat met de feiten overeen stemt met vreugde en dankbaarheid van hen overnemen, en als iets niet klopt met de feiten moeten we daarop wijzen, ervoor waarschuwen en kijken of er een verontschuldiging voor valt aan te voeren.” (Geloof en wetenschap in de Islam, pag. 35, 36)

Wallahu a’lam

Bilal abu Muhamad El-Khattabi

Zie ook: https://abumuhamad.nl/83

1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Resize text-+=