Het Gebed Verzaken

Hits: 0

Ash-Shaikh Muhammad bin Saalih Al-‘Uthaymeen werd gevraagd inzake een persoon die met familieleden woont die niet bidden.

Vraag: Wat moet een persoon doen die zijn familie aanspoort om de Salaah (het verplichte gebed) te verrichten maar zij weigeren om naar hem te luisteren? Moet hij bij hen blijven wonen of dient hij bij hen weg te gaan en niet meer met hen te leven?

Antwoord:
Als deze personen de salaah (het gebed) nooit verrichten, dan zijn zij ongetwijfeld Koeffaar (ongelovigen) en/ of afvalligen van het Islamitische geloof. Het is dan voor de persoon die deze vraag stelt niet toegestaan om met hen te leven. Echter, het is voor deze persoon verplicht om hen uit te nodigen naar de Islaam. Hij moet hier consequent in zijn en hij moet ook consequent zijn in het verrichten van de Salaah (het gebed). Inshaa Allaah zal Allaah hen dan leiden op de juiste weg. Degene die het verplichte gebed verlaat (dus niet meer verricht) is een Kaafir (ongelovige)- Moge Allaah ons hiertegen behoeden. En het bewijs hiervoor staat in de Qor’aan en de Soennah en de uitspraken van de metgezellen en dit is de correcte uitspraak. Bijvoorbeeld, in de Edele Qur’aan zegt Allaah (Soebhanahoe wa ta’alaa) over de veelgoden aanbidders (Moeshrikoen):

“Wanneer zij dan berouw tonen, en de salaat onderhouden en de zakaat geven, dan zijn zij jullie broeders in het geloof. En wij zetten de Verzen uiteen aan een volk dat weet”. Soerah At taubah, vers 11.

Het begrip dat door dit vers wordt ge?mpliceerd is dat als zij deze dingen (berouw tonen, as-salaah verrichten en de Zak’t geven) niet doen, dan zijn zij niet uw broeders in de Islaam. En de Islamitische band van broederschap wordt niet verbroken door een zonde zelfs als het een grote zonde is, maar de band van broederschap wordt verbroken wanneer een pilaar van de Islaam niet wordt nageleefd.
Een voorbeeld uit de Soennah is de uitspraak van de Profeet (Salla Allahoe ‘alayhi wa sallam), “tussen een persoon en ongeloof en shirk (associatie met Allaah), is het verlaten van het gebed.” Moeslim en Tirmidhie. En ook is er in de overlevering van onze Profeet (Salla Allahoe ‘alayhi wa sallam) een verklaring van Buraydah die in zijn Sunan wordt gemeld; “dat die ons scheidt (de Moslims) van hen (ongelovigen), zodat degene die het gebed verlaat, ongelovig wordt.” (An-Nawawie zei dat het door Tirmidhie in het hoofdstuk van Imaan met een authentieke ketting wordt gemeld. Ahmad registreerde het ook in zijn Musnad, en het is Sahih (authentiek).

Een voorbeeld uit de verklaringen van de metgezellen (Radia Allahoe ‘anhoem) is de verklaring van de leider van de gelovigen, ‘Umar ibn al-Khattaab (Radia Allahoe ‘anhoe), “Er is geen gedeelte van Islaam voor wie het gebed verlaat; en dit woord “gedeelte” zoals hier gebruikt (door ‘Umar) is onbepaald in de taalkundige betekenis van negatie.

Dus in het algemeen betekent het dat de persoon geen aandeel van klein noch grote Islaam heeft. En ‘Abdullah bin Shaqeeq zei: De metgezellen van de profeet (Salla Allahoe ‘alayhi wa sallam) beschouwden het verlaten van geen van de daden als ongeloof, behalve Salaah.”
Aldus, wordt het gezegd van deze correcte mening dat degene die het gebed verlaat geen moslim is. Een persoon die zelfs maar een geloof heeft ter grootte van een mosterzaadje in zijn hart, zal weten wat het belang is van het gebed en de aandacht die Allaah (soebhanahe wa ta’ala) er in de Qor’aan aan besteed heeft. En waarlijk, ik heb uitvoerig het bewijsmateriaal onderzocht dat door hen wordt gebruikt die zeggen dat het verlaten van het gebed geen ongeloof is en ik heb geconstateerd dat dit bewijsmateriaal niet voortkomt uit de vier principes (die hun argumenten zouden kunnen ondersteunen)

1. Als er geen fundamenteel tekstueel bewijs is om de uitspraak dat het verlaten van Salaah ongeloof is te steunen
2. Of dat er één of ander aspect is dat het verlaten van gebed van de verklaring van ongeloof beperkt.
3. Of dat er één of andere voorwaarde van verontschuldiging (in Sharee’ah) is voor wie opzettelijk het gebed verlaat.
4. Of dat het (verlaten van het gebed) iets algemeens is, terwijl de hadeeths betreffende ongeloof van de persoon die Salaah verlaat specifieke gevallen waren (d.w.z. slechts toepasselijk in een bepaalde situatie of met specifieke mensen). Daarom wanneer het duidelijk wordt dat deze persoon die het gebed heeft verlaten een Kaafir (ongelovige) is, dan zijn er bepaalde uitspraken die op hem van toepassing zijn:

Ten eerste, het is niet correct dat een Moslimvrouw aan hem zou moeten worden gehuwd. En indien een huwelijkscontract met hem wordt gemaakt en hij bidt niet dan wordt dat huwelijk ongeldig en zijn vrouw is niet meer toegestaan voor hem, door de verklaring van Allaah, De verhevene betreffende de vrouwen van Muhaajiroon (immigranten van Makkah naar Madinah).

“O jullie die geloven, als er gelovige vrouwen als uitgewekenen, tot jullie gekomen zijn, ondervraagt hen dan. Allah kent hun geloof het beste. Als jullie dan zeker weten dat zij gelovig zijn, stuurt hen dan niet terug naar de ongelovigen. Zij zijn niet toegestaan voor hen (de ongelovige mannen), en zij (de ongelovige mannen) zijn niet toegestaan voor hen (de gelovige vrouwen). En geeft nu de (ongelovige mannen) wat zij (aan bruidschat) hebben uitgegeven. En er is geen zonde voor jullie als jullie hun hun bruidschat geven om hen te huwen. En houdt niet vast aan de huwelijksbanden met de ongelovige vrouwen. En vraagt terug wat jullie hebben uitgegeven (aan bruidschat aan de ongelovige vrouwen) en laat hen (de ongelovige mannen) vragen om wat zij hebben uitgegeven. Dat is de Wet van Allah, die Hij tussen jullie bepaald heeft. En Allah is Alwetend, Alwijs”. Soerah Al Moemtahanah, vers 10.

Ook wanneer hij het verrichten van het gebed verlaat nadat het huwelijk heeft plaatsgevonden. Waarlijk, dan wordt dit huwelijk nietig en zijn vrouw is niet meer wettig voor hem. En dit wordt genomen uit het vers, dat wij eerder hebben vermeld.

Ten tweede, Deze persoon die niet bidt, als hij offert of een dier slacht, zou dit vlees niet moeten worden gegeten. Waarom? Omdat het verboden (Haraam) is. En als een Jood of een Christen (een dier) slachten, dan is dat vlees toelaatbaar voor ons om te eten. Dus eigenlijk (en wij zoeken onze toevlucht tot Allaah (soebhanahoe wa ta3ala), deze persoon die niet bidt, zijn vlees dat hij slacht is vuiler dan de slachting van een Jood of een Christen (wegens zijn verlaten van het gebed).

Ten derde, het is niet toegestaan voor hem om in de heilige stad van Makkah of de heiligdommen van de heilige Masjid binnen te gaan. Dit is de uitspraak van Allaah, de verhevene.

“O jullie die geloven, voorwaar, de veelgodenaanbidders zijn onrein. Laat hen daarom de Masjid Al Haraam (de gewijde moskee in Mekkah) niet naderen na dit jaar van hen. En als jullie armoede vrezen; Allah zal jullie rijk maken door Zijn gunst, als Hij het wil, Voorwaar, Allah is alwetend, Alwijs”. Soerah at Taubah, vers 28.

Ten vierde, Als er iemand sterft in zijn familie, dan heeft hij geen recht van hen te erven. Dus als een man sterft en hij een zoon heeft die niet bidt (is de man Moslim maar zijn zoon bad niet), en de man heeft een verre neef die een Moslim is, wie zou dan van hem erven? De verre neef zou van hem erven en niet zijn zoon en dit wordt gestaafd door de verklaring van de profeet (Salla Allahoe ‘alayhi wa sallam) in de hadeeth die van Usaamah (Radia Allahoe ‘anhoe) wordt gemeld, ?De Moslim erft niet van een ongelovige en een ongelovige erft niet van een Moslim (Al-Bukhaaree en Moslim)

Ten vijfde, wanneer hij sterft, wordt zijn lichaam niet gewassen noch wordt het ingewikkeld, en men mag niet het Janazaah gebed voor hem verrichten. Ook zou hij niet met de Moslims (d.w.z. in een Moslimbegraafplaats) moeten worden begraven. Dus wat zouden wij met hem moeten doen? Wij vervoeren zijn lichaam naar de woestijn, we graven een graf voor hem en begraven hem daarin met zijn kleren. Dus, het is niet toegestaan voor een ieder die met hem bij zijn dood was, en hij weet dat hij niet bad, om hem naar de Moslims te sturen om het gebed Janazaah voor hem te maken.

Ten zesde: Hij zal op de dag des oordeels met Fir’awn (Pharaoh in de tijd van Mozes), Haamaan, Qaaroon en Ubayy ibn Khalf worden verzameld, dit zijn de leiders van ongeloof – en wij zoeken onze toevlucht tot Allaah tegen dit – en hij niet zal toegelaten worden om het Paradijs in te gaan. En het is niet toegestaan voor iemand van zijn familie om doe’aah (supplicatie) voor hem te maken, waarbij om vergeving en genade voor de dode wordt gevraagd, want hij is immers een Kaafir (ongelovige) die deze dingen niet verdient. Deze kwestie o mijn Moslimbroers is zeer gevaarlijk en sommige mensen nemen dit licht op en zij verblijven in huizen met hen die niet het gebed verrichten terwijl dit niet is toegestaan. En Allaah weet het beste, en moge de zegeningen van Allaah op onze Profeet Mohammad zijn, en op zijn familie en elk van zijn metgezellen.

http://web.archive.org/web/20071215022657/http://selefieforum.nl/vb/showthread.php/het_gebed_verzaken-96.html

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Resize text-+=